Semper Reformanda – Sola gratia!

Heeft de kerk nog toekomst? En zo ja, hoe ziet die toekomst er dan uit? Moet de kerk daarvoor dan veranderen? En zo ja, in welke richting dan? Helaas zijn deze vragen uiterst actueel!  Als gastvoorganger kom het regelmatig tegen: Kerken waar enerzijds nog genoeg geld aanwezig is om het nog lang vol te houden. Maar waar anderzijds het gebrek aan actieve leden een bedreiging is voor de toekomst. Want straks zullen de meesten gezien hun hoge leeftijd niet meer in staat zijn om naar de kerk te komen. En te weinig jongeren om het stokje overnemen… De toekomst lijkt vooral te liggen bij evangelische gemeenschappen en pinksterbeweging.
Waarom zou je als kerkgemeenschap jezelf vernieuwen? Want het is toch veel gemakkelijker om alles bij het oude te laten?  Tradities bieden immers een gevoel van veiligheid en van geborgenheid. Waar er in de wereld dagelijks van alles en nog wat verandert, is de kerk bij uitstek toch een plaats waar je je kunt afschermen van de buitenwereld?

Vernieuwen van de kerk vraagt om moed, om incasseringsvermogen en om strategie. Maar vooral om een visie en, ik zou het bijna vergeten, om een betrokken geloof. Een levende kerk is steeds weer in interactie met een voortdurend veranderende maatschappij. Dat is logisch zou je zeggen, want de leden van de kerk maken immers allen deel uit van die maatschappij! Welvaart, scholing , internet en social media beïnvloeden ook de kerk. Als de maatschappij dus steeds weer verandert, moet de kerk dus wel vernieuwen.

Reformatorische traditie
Enerzijds ontkomt de kerk niet aan de noodzaak tot veranderen. Maar anderzijds staan protestantse kerken in een reformatorische traditie. Volgend jaar vieren we op 31 oktober 2017 een jubileum. Precies vijfhonderd jaar geleden dat Maarten Luther zijn 95 stellingen tegen de aflaathandel openbaar maakte. De vijf ‘soli’s’ uit de reformatie nemen daarbij een belangrijke plaats in. In dit artikel staat ‘Sola Gratia’ centraal: ‘Door genade alleen’.
Protestanten zeiden JA tegen het gezag van de bijbel (Sola scriptura) en NEE tegen de afhankelijkheid van kerkelijke autoriteiten. Protestanten zeggen JA op de overtuiging dat elke gelovige individueel toegang heeft tot God. En NEE tegen de privileges van een religieuze elite. Protestanten zeiden JA tegen de God die hen rechtvaardigde door genade alleen. En daarmee NEE tegen de religie die het heil van goede werken liet afhangen.

Romeinen 5: 12 t/m 21
Een dragende tekst onder het Sola Gratia is Romeinen 5: 12 t/m 21. Voor de meesten van ons waarschijnlijk een lastig te begrijpen tekst die wellicht onbegrip of misschien wel wrevel oproept. De redenering van de apostel Paulus in Romeinen 5 is tamelijk juridisch van aard en kent een aantal boute vooronderstellingen.

Het woordje ‘zonde’
De apostel valt direct met de deur in huis als het in Romeinen 5 gaat over ‘de zonde van de mens’. Dat ene al eeuwen gebruikte woordje ‘zonde’, wat roept dat in u op? Bij de één een associatie met ‘hel en verdoemenis’, bij de ander een gevoel van schuld en bij weer een ander een direct afwijzen van het gehele concept zonde. De zonde, zegt de apostel Paulus, was er vanaf het begin en daarmee de dood

Het zorgt voor de ‘Gebrokenheid van het leven’. Dat woordje zonde, vaak verbonden met seksualiteit.
Soms wijzend op de medemens. Want je kunt als mens ook zondigen tegen de ander. In Romeinen 5 gaat het over zonde in de vorm van een verstoorde verhouding tussen God en mensen. Het gaat dan om de betekenis van zonde in de zin van ‘als mens je doel missen’. De breuk die na de schepping tussen God en mens is ontstaan en de gevolgen daarvan voor het menselijke handelen[1].

De redenatie van Paulus in Romeinen 5
“Het zondigen van de één zet iets in gang voor de hele gemeenschap”, zegt de apostel. Wij worden dus als mens verbonden in schuld met Adam, de eerste mens.Dat zorgt voor een verstoring van de harmonie van de geschapen werkelijkheid. Hoe kan je die verstoring ooit weer herstellen? Het antwoord op die vraag geeft de apostel in Romeinen 5. De apostel begint bij het absolute begin van de mensheid . De ADAM uit Genesis 1 heeft ervoor gezorgd dat de zonde de wereld is binnengekomen en daarmee de dood. Wij als mensen zijn met elkaar via deze ADAM verbonden in menselijke schuld en staan daarmee bij God in het krijt, zo stelt de apostel Paulus.

En daar, voor het hekje van de Goddelijke rechter,  moeten wij dus als schuldige mensen verschijnen.
Helemaal aan het begin van de mensheid was er nog geen wet. Zodat het juridisch wat lastig was om te spreken van overtredingen. Maar toen die wet er ten tijde van Mozes eenmaal was, kwam dat anders te liggen: “Het aantal geregistreerde overtredingen nam met die TORAH gigantisch toe! “ zo gaat de apostel verder.

Met als resultaat  dat wij schuldig zijn verklaard door God op grond van de wet. Hoe komen wij als veroordeelde mensen daar ooit weer vanaf? Gelukkig, er gloort hoop aan de horizon! Want God laat het er niet bij zitten en stuurt zijn Zoon naar de aarde. Wij ontvangen genade in overvloed. Wij worden vrijgesproken en mogen die virtuele Goddelijke rechtbank als vrije mensen weer verlaten
En alsof dat allemaal nog niet genoeg was, vertelt die Goddelijke rechter ons ook nog eens dat Hij ons voortaan kwalificeert als “rechtvaardigen”. Als van schuld verloste mensen dus,  aan wie een leven toekomt, dat nooit meer ophoudt.

Eind goed al goed, dus!
Wij krijgen dus gratie, Gods genade heeft zijn werk gedaan! Dat is Sola gratia: door genade alleen!Dat is waar de protestantse traditie altijd voor heeft gestaan en waarvoor de kerk ten tijde van de reformatie is vernieuwd. Want wij werden niet rechtvaardig voor God via het kopen van aflaten en het doen van goede werken. Tegenover dat woordje Zonde kwam dus het woordje Genade te staan .

De noodzaak van verandering
Nou kan ik me voorstellen dat u nu denkt: Ja, dat bekende dogma van de verzoening van mij/van ons met God via het concept van de  genade. Wat moet ik daar nog mee in 2016? Wat moet ik met een dogma
waarmee ik toch maar mooi als intrinsiek slecht wordt gekwalificeerd in mijzelf. Wat moet ik met een dogma waarmee ik op voorhand al wordt ingedeeld in een kamp van slechte mensen? En dat allemaal op grond van een overtreding van een verre voorvader. Wat moet je met dit dogma in een kerk die steeds weer moet veranderen om echt kerk te kunnen blijven? Ga ik niet veel liever met mezelf aan de slag om een beter mens te worden in een betere wereld?

Gewijzigde context
Wat uw antwoord op deze vragen ook moge zijn, het leerstuk van Sola Gratia is in 2016 in elk geval in een heel andere context komen te staan. Een teken dat de kerk ook hierin zichzelf heeft vernieuwd. Door te zoeken naar verbinding met andere geloofsgemeenschappen die op afstand van elkaar hebben gestaan
Dus geen protestantse strijd en scheiding meer vanwege het dogma over de genade. Maar een oprecht streven van protestanten en katholieken om samen te zoeken naar wat ons verbindt. Zonder daarbij de eigenheid van het protestantisme op te geven.

Portret van de protestant
In zijn artikel Semper Reformanda schetst prof. Frits de Lange van de PthU een portret van de protestant[2].

De protestant als iemand met een roeping.
– Iemand die zich rechtstreeks weet aangesproken door de ander.
– Iemand die niet leeft vanuit een kerkelijk hiërarchische bemiddeling
– Iemand die zich rechtstreeks tot God richt, ongeacht zijn positie in de kerk.

Een protestant is een naar buiten gekeerd mens.
– Iemand die niet op en voor zichzelf leeft, maar die staat voor de eer van God in de wereld en de dienst aan de naaste.

Een protestant is iemand met een missie.
– Iemand met idealen, met een visie en een taak in de samenleving.

Maar ook iemand die vertrouwd is met de Bijbel en daar regelmatig uit leest. Om de Stem te horen die je aanspreekt in je diepste wezen. Hoe lang zal dit beeld van de protestant nog bestaan, vraagt Frits de Lange zich af. Want onze maatschappij en onze cultuur is multireligieus geworden en geseculariseerd, onze wereld kent geen grenzen meer, is multimediaal en nagenoeg ontzuild. In zo’n cultuur is het niet meer relevant te vragen waarin de priester precies verschilt van de dominee. Maar wel hoe priester en dominee samen omgaan met de imam. Het protestants geloof beoogt dan ook niet langer mensen te bekeren, maar veel meer respect te verkrijgen van de niet- gelovige ander. Voor hoeveel protestanten is het kloeke ‘sola gratia’ dan nog de enige bron waaruit men wil leven, vraagt Frits de Lange zich af.

Toekomst van de kerk?
De kerk moet dus steeds weer vernieuwen om toekomst te hebben. Een belangrijke factor! Maar welke andere factoren zijn voor die toekomst van de kerk van groot belang? Diezelfde Frits de Lange noemt er een aantal. Om als protestantisme toekomst te hebben, zegt hij, is het nodig dat elke nieuwe generatie ouders heeft met wie men naar de kerk gaat en ging. Want het protestantisme verliest zijn vitaliteit als het de binding verliest met een levend persoonlijk geloof. Als het niet meer geworteld is en gevoed wordt door een geheel van religieuze praktijken en als er geen relatie meer is met de geloofsgemeenschap.

Een kerk die toekomst heeft is dus een groep mensen die de gemeenschap zoekt. Die overtuigd is van een persoonlijk geloof in Christus als onze Heer en redder en die wel inziet dat een kerk geen groep religieuze individualisten moet worden die zoekt naar zingeving.

Tot slot
Sola gratia stond ten tijde van de reformatie en lang daarna tegenover de priesterlijke bemiddeling van de kerk van Rome. Voor ons staat nog steeds een directe toegang tot God centraal. Een directe toegang tot God die mogelijk is geworden door Zijn zoon en via Zijn Geest. Wat valt er in dat verband te vernieuwen als het gaat om onze Godsvoorstelling en onze godsbeleving? Leggen we als kerk nu niet teveel de nadruk op de abstracte transcendentie van God? Want God heeft voor ons toch ook nog een immanente kant? Die de actieve nabijheid van God benadrukt. En hoe kunnen we meer aandacht geven aan de beleving van God?
Dus een God in wie wij leven en in wie wij ons bewegen. Hoe zien we in dat kader de verhouding tussen Woord en Sacrament? Zijn we niet teveel geconcentreerd op het gesproken en het geschreven Woord?
Want overal kunnen wij God immers ontmoeten. Niet alleen in de Bijbellezing en de preek, maar ook bijvoorbeeld in de liturgie en in de menselijke ontmoetingen.


Via Paulus (weer) naar Jezus

De reformatie begon met Luthers herontdekking van de brieven van Paulus en zijn leerstuk van de rechtvaardiging door het geloof. De apostel voerde met zijn theologie de kerk weer terug naar de bron. Via de apostel ontdekte zij weer de kracht van het oerverhaal van en over Jezus. Christelijk geloven is daarbij de kern:  Hèm navolgen en in zíjn Geest leven. De kerk doet dat staande midden in de wereld.

Kerk zijn mét en voor anderen. Het steeds weer als gemeente vernieuwd moeten worden. Dat kan gemakkelijk iets dwingends krijgen, iets doenerigs, iets maakbaars. Wat zou het fantastisch zijn als onze vernieuwingen zouden plaatsvinden volgens de interactieprincipes van de wijnstok en de ranken. Dat we dus als gemeente vernieuwend bezig zijn vanuit en met een vaste basis:  Jezus Christus. Dat we als gemeente daarom in Hem blijven en steeds weer samen te vieren, samen te bidden en samen Zijn Woorden ons toe te eigenen. “Blijf in mij dan blijf ik in Jullie” het drukt een relatie uit. Een blijvende relatie tussen gemeenteleden onderling. Maar zeker ook een blijvende relatie tussen ons als gemeente en Jezus Christus als ons hoofd. Die relatie levert ons veel op, het belangrijkste wat je in een mensenleven kunt verkrijgen. Want: “Als iemand in mij blijft en ik in hem, zal hij veel vruchten dragen”.

[1] H. Baarlink, Zonde, goddeloosheid (Uit: Prekenweb)

[2] Frits de Lange, Semper reformanda Of: veranderen om jezelf te blijven. Het protestantisme in de eenentwintigste eeuw.
http://home.kpn.nl/delangef/artprotestantismencrv.pdf

Jongeren en de toekomst van de kerk

Ruim twee jaar ga ik nu voor in kerkdiensten van de PKN, met name bij gemeenten die behoren tot de midden-orthodoxie of de confessionele richting. Uitzonderingen daargelaten , zijn er meestal weinig tot geen kinderen en jongeren. Het ‘praatje voor de kinderen’ gaat, hoe spijtig ook, vaak niet door. En die paar jongeren die in plaats van een klassieke liturgie opteren voor een eigentijdse variant, hebben te weinig stem en invloed om dat nog te kunnen realiseren.

Door Johan Mulder

Ouderen die elkaar vaak goed kennen, vormen binnen de kerk de bekende ‘hechte groep’, die hangt aan de vertrouwde liturgie en daarbij behorende liederen uit het Oude of Nieuwe Liedboek. Hun wens om meer jongeren bij de kerk te betrekken ten spijt, lijkt er binnen de kerken nog niet heel veel te gebeuren om jongeren daadwerkelijk te interesseren.

Soms denk ik wel eens: stel dat jongeren en masse weer ter kerke zouden gaan, dan doet dat zonder meer een beroep op de inschikkelijkheid van de ouderen. Kunnen ze het nog opbrengen om veranderingen te accepteren omwille van de jongeren? Zijn ze daarvoor niet teveel gehecht geraakt aan hun gewoontes en hun traditie?

En blijft alles bij het oude, dan zijn over een aantal jaren de meeste van de dan nog levende kerkgangers te oud om nog te komen. Veel van de ca. 1.800 van de kerkgebouwen van de PKN zullen dan niet langer open kunnen blijven.

Aan de jongeren dus het woord als het gaat om de toekomst van de kerk. Hoe die toekomst eruit zal gaan zien, blijft voor de meesten van ons een vraag. Vooral omdat jongeren binnen de kerk steeds meer tot een zeldzame soort gaan behoren. Jongeren, vertel ons: Hoe zou volgens jullie de kerk van de toekomst eruit moeten zien?

Ervaren predikant gezocht…

Soms lijkt een kerk net op een gewoon bedrijf. Niet alleen als leden van kerkraden en commissies hun bedrijfsmatige aanpak binnen de kerk proberen toe te passen. Maar ook als het gaat om het toverwoord “ervaring” bij het vervullen van vacatures voor predikanten. Een belangrijke schifting van kandidaten vindt direct al plaats bij een eerste selectie van de ontvangen sollicitatiebrieven. Dat zijn er niet zelden zo’n dertig tot veertig als het een vacature van een aantrekkelijke gemeente betreft. Steeds meer lijkt de sollicitatieprocedure daarmee op die van een gewone vacature in een bedrijf. De nieuwe predikant moet niet te oud zijn en vooral ervaring hebben. En om mij heen zie ik opmerkelijk veel relatief jonge vrouwelijke kandidaten die in het ambt van predikant worden bevestigd.

Door Johan Mulder

Welke ervaring?

Waar gaat het eigenlijk over als deze eis van “ervaring” een belangrijke rol speelt in een sollicitatieprocedure? Ik moet direct denken aan een uitspraak over ervaring door de bekende uitgeefster Annemarie van Gaal in één van haar publicaties over succes in organisaties:

Ervaring zegt me op zich nog niet zoveel. Want het kan zijn dat iemand de verkeerde ervaring heeft”.

Zoals die ervaren chirurg die na jaren van ervaring in het opereren nog steeds geen goede knopen kan leggen. Of op de ervaren advocaat die meer dan gemiddeld rechtszaken verliest. Of de ervaren predikant die zijn toehoorders nooit echt heeft weten te boeien en die tijdens zijn loopbaan bij zijn gemeenteleden niet is opgevallen door zijn sociale vaardigheden.

Een ervaren kandidaat hoeft dus per definitie nog geen goede kandidaat te zijn. Van Gaal pleit daarom voor ‘het gaan voor talent en niet voor cv’s’. Ongekende talenten zitten volgens haar vaak bij mensen bij wie je het niet verwacht. Het gaat erom dat een organisatie de beste kandidaat krijgt met de meeste ambities. Dat is de kandidaat die in de praktijk het best functioneert. Dat hoeft niet perse de meest ervaren kandidaat te zijn.

Kandidaten met kwaliteiten en ambitie verdienen dus een eerlijke kans. Ook als het gaat om ambitieuze zij-instromers van middelbare leeftijd met veel levenservaring die hun sporen in andere functies hebben verdiend. Daar kan een gemeente nog veel aan hebben. Durven afwijken van het voor de hand liggende, van het platgetreden pad van selectie op grond van leeftijd en ervaring, kan voor een gemeente veel opleveren. Dat vraagt van een beroepingscommisie dat zij beschikt over selectievaardigheden. Zij moeten kunnen selecteren op kwaliteit en ambitie. Dat is lastiger dan het maken van twee stapeltjes (“uitnodigen” en “afschrijven”) op grond van leeftijd en ervaring. Zie hier een ware uitdaging voor een beroepingscommissie!

Augustinus en “Het Onze Vader”

Het meest bekende christelijk gebed, het Onze Vader, is eenvoudig ontleend aan de bijbel. Zowel het evangelie van Mattheus als dat van Lucas spreken erover. Wij kennen vooral de versie van Mattheus, die iets uitgebreider is dan die van Lucas. Maar in essentie komen ze op hetzelfde neer. Het Onze Vader is een gebed met een vaste vorm, dat zijn waarde door de eeuwen heen heeft bewezen.

Johan Mulder, 27 aug. 2015

Augustinus en de vierde bede
Door de eeuwen heen is er veel geschreven over Het Onze vader. De uitleg van het Onze vader door kerkvader Augustinus is bewaard gebleven in verschillende preken en geschriften. Met de bede “Uw wil geschiede, in de hemel als ook op de aarde” zegt Augustinus, wensen we onszelf iets goeds toe. Want de wil van God geschiedt toch wel. Het is de wil van God dat de goeden heersen en de slechten worden veroordeeld. Die wil kan toch niet níét geschieden?

Maar wat voor goeds wensen we onszelf toe wanneer we zeggen: ‘Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel’? Deze bede kan op vele manieren worden begrepen en we moeten volgens Augustinus op vele dingen bedacht zijn wanneer we God smeken: ‘Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.’ ‘Daar gaan uw engelen niet tegen U in, laten wij dat hier evenmin doen’. Alle heilige aartsvaders, alle profeten, alle apostelen en alle geestelijke mensen zijn als het ware de hemel voor God. Wij zijn daarentegen, in vergelijking met hen, aarde. “Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel, in ons zoals in hen. … “

Laten we, zegt Augustinus, wanneer we die bede uitspreken, op al deze dingen bedacht zijn en al deze dingen aan de Vader vragen. De drie dingen die ik genoemd heb, geliefde broeders en zusters, de eerste drie beden, hebben allemaal te maken met het eeuwige leven. Want als de naam van onze God in ons wordt geheiligd, zal dat voor eeuwig zijn. Als zijn koninkrijk komt, waar we altijd zullen leven, zal dat voor eeuwig zijn. En als zijn wil geschiedt op aarde zoals in de hemel, zal dat op alle manieren die ik heb uitgelegd, voor eeuwig zijn (Sermo 57, 6).

Tertullianus en “Het Onze Vader”

De oudste in het Latijn geschreven beschouwing over het Onze Vader is van de hand van de vroeg-christelijke auteur Tertullianus (ca. 160 – 230) [1]. Hij schreef er een kort traktaat over met als titel: “Over het gebed”. Voor Tertullianus is het Onze vader hét gebed bij uitstek: een gebed waar in kort bestek vrijwel alles in staat.

Tertullianus schrijft: “Die bondigheid van het Onze Vader is gebaseerd op uitgebreid en vruchtbaar gedachtegoed. (…) Hoe beknopter de verwoording, des te breder de betekenis. Want het Onze Vader vervult niet alleen de eigenlijke functie van een gebed (verering van God, en menselijke verzoeken), maar omvat bijna heel het Woord van de Heer en geeft een compleet overzicht van de leer. Ja, in het Onze Vader heb je werkelijk het Evangelie in een notendop! (1)

Tertullianus en de vierde bede

Tertullianus schrijft onder meer over de vierde bede: “Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel”. Hij legt in zijn tractaat de bede ‘Uw wil geschiede’ samen uit met de erop volgende bede ‘Uw rijk kome’. Het gaat, zegt hij, in deze beide regels om ons. Wij wensen dat in onszelf Gods wil geschiede en dat in ons het rijk van God aanbreekt. En we sporen onszelf ermee aan om vol te houden in tijden van nood en leed. Dit zegt hij met een verwijzing naar Christus’ eigen woorden: ‘Niet mijn wil geschiede maar die van U.’ (Lc 22,42)

[1] V. Hunink, Het evangelie in een notendop, Het Onze Vader bidden met Tertullianus.